Handboek van de Analytische Life Coach : Verwittiging

De termen « Mantika-School voor Levensbegeleiding », « Analytische Life Coach » en « Analytische Life Coaching » genieten van bescherming. U wordt verzocht ons ervan te verwittigen vooraleer U deze gaat gebruiken.


Rechtsonder ieder webblad van dit handboek staat « messages plus anciens » vermeld. Wilt U het handboek verder doorlezen, dan moet U telkens weer op dit berichtje klikken.


Handboek van de Analytische Life Coach : Voorpagina

Mantika


Mantika is de naam van de school. Dit woord betekent het « waar » spreken over onkenbare of onnoembare dingen.

Volgens Plato is dit de opperste kunst.


Analytische Life Coaching


Wordt een Analytische Life Coatch

eerst voor jezelf dan naar de anderen toe


©De Mey Raymond 2007

Sabam n° 130734750 - depot 22845 



Complexe situaties analyzeren in een handomdraai. Het juiste woord vinden en de adequate daad stellen op het gepaste moment. Over een manier van voelen, denken en doen beschikken die de poorten opent naar onszelf, de anderen en de wereld, en die toelaat je eigen leven te begeleiden en de anderen bij te staan als ze het moeilijk hebben.


Je kan dit door Life Coach of levensbegeleider te worden, eerst voor jezelf, dan voor anderen, via een vorming van slechts driehonderd uren dat twee jaar duurt, en zich harmonieus in je emotioneel, spiritueel en professioneel leven integreert … een eenmalig geschenk waarvan de méérwaarde onschatbaar is. De vorming tot Life Coach is een echte aanrader !


Handboek van de Analytische Life Coach : Woord vooraf

In de volgende bladzijden wordt U de theoretische achtergrond van de geplande vorming uiteengezet. Maar daar ontbreekt eigenlijk het voornaamste aan, wat is :


- het mede-beleven van een aantal handige theoriën die bij elkaar passen, elkaar anvullen, en die interessante praktijken in het leven roepen ;


- het ervaren van het contact met anderen die hetzelfde doel nastreven, met name : begrijpen wat in en rondom hen gebeurt om plaats te ruimen voor een beter bestaan voor henzelf en de anderen.


*


Benevens wat voorafgaat moet gezegd worden dat de theoretische vormgeving van deze kursus zeer onvolledig is.


Ik heb, onder andere, mensen zoals Freud, Binswanger of Jung in categoriën ondergebracht dat ze onrecht aandoet, want ieder van die praktici heeft de « totale » mens benadert en niet zomaar één enkel aspect ervan.


Ik heb de microsociologie, de kulturele anthropologie, de filosofie en de religie er zo min mogelijk bij betrokken om de opleiding niet té zwaar te laten overkomen.

Ik heb tevens vrijwillig geen plaats gelaten aan positieve denkers gelijk, bevoorbeeld, Henri Laborit, omdat ik de stijl van levensbegeleiding die ik onderwijs binnen de perken van het existentiële humanisme wil houden.


Ik hoop dat U mij dit klasseren, verlichten en selectionneren – die van dit document een interessant en praktisch handboek maken – zult willen vergeven.


Handboek van de Analytische Life Coach : Thema 1 : "Ik" en "Mezelf"

Wat ik jullie nu wil vertellen gaat over mij en tegelijkertijd over « ieder één » die op zoek is naar hemzelf.


De zin die ik juist kom te schrijven ziet er simpel uit, maar is het eigenlijk niet.


Want, inderdaad, alleen al zeggen « ik zoek naar mezelf » wijst naar het bestaan van een psychische instantie dat « ik » noemt, en van een andere dat « mezelf » heet.


Anders gezegd, iemand die je zegt  « ik wil mezelf worden », is met zijn tweën. Wat problematisch is want je ziet er daar maar één.


Doorgaans wordt aangenomen dat « ik » het ben dat naar « mezelf » op zoek is.


Wat veronderstelt dat die twee gedeelten van mij elkaar kwijt zijn geraakt, en/of dat ze elkaar niet schijnen te kennen noch te herkennen.


Voor die en andere redenen zullen mensen zoals Sigmund Freud het hebben over bewuste, minder bewuste en onbewuste gedeelten van het « zelf ».


Jacques Lacan, een franse psychanalyst, heeft aan dat verschil tussen « ik » en « mezelf » een pientere bedenking gewijd.


Hij vertelt ons dat de baby die zichzelf in een spiegel ontwaart, en tot de bevinding komt dat hij het is, iets vreemd meemaakt.


Hij experimenteert namelijk dat wat de anderen van hem zien niet strookt met wat hijzelf ervaart.


Dat kleine kind dat zich soms een zeer voornaam groot lawaai waant, stelt vast dat hij in de ogen der anderen kan gezien worden als een klein, mollig, gebrekkig en ambetant dingetje dat geeneens kan stappen.


En als hij, bevoorbeeld, bang is maar toch glimlacht, dan leert hij weldra dat de anderen hem alleen zien glimlachen, en niet eens weten dat hij bang is.


*


Ik zeg jullie dit allemaal om de nadruk te leggen op het feit dat er van kleinsaf een soort van breuk zal bestaan tussen « ik » die daar in die spiegel verschijnt, en « mezelf » – het gevoelige wezen die ik derhalve ben.


Als alles deftig verloopt, zal ik mijn leven lang « ergens » blijven weten dat ik mezelf ben, dat ik vertrouwen kan hebben in mezelf en « ook » naar mezelf moet luisteren.


Als alles normaal verloopt zal ik intuitief weten dat ik zeer regelmatig « ook » voor mezelf moet zorgen, en dat het gelijkvloers van het torengebouw dat mijn persoonlijkheid stilaan wordt op dat intiem gevoel berust mezelf te zijn en niemand anders.


Maar « deftig » en « normaal » zijn van die normaliserende bewoordingen die niet dikwijls overeenkomen met de feitelijkheid.


Al die anderen – en in eerste instantie de moeder – kijken naar mij en ontwaren in mij dingen die er kunnen inzitten of niet, zij het vaardigheden, gevoelens, verlangens, etc.


Die anderen wensen tevens een aantal dingen van mij – bijvoorbeeld properheid en beleefdheid – en geven er mij iets voor terug, doorgaans affectie, waardering …


en als ze niet tevreden zijn over mijn manier van aan hun sollicitaties te beantwoorden, laten ze het mij ook weten … dan blijft die affectie en die waardering weg …


dan wordt er soms wel eens geroepen en zelfs gestraft of lichamelijk ingegrepen …


dan wordt er minder naar mij omgekeken of, in het ergste geval, laat men mij dan begrijpen – of snap ik het intuitief uit hun manier van mij te behandelen – dat ik voor hen niet meer besta.


*


Aldus zal « mezelf » die éne « ik » moeten worden die zij zien en niet degene die ik ervaar.


Aldus zal « ik » meestal « mezelf » helemaal niet of niet helemaal kunnen worden.


Aldus wordt ik een « ding » – een object dat beantwoord aan hun verlangens –, in plaats van het subject te blijven van mijn eigen wezenlijkheid.


*


Wat een Analytische Life Coach zal doen is éénieder die zijn praktijk bezoekt dichter bij hemzelf brengen.


Bedoeling daarbij is te ontkomen aan een soort van diepgewortelde sociale en culturele programmatie …


die ons dingen doet denken en voelen, en handelingen doet verrichten die ons niet ten goede komen …


kortom die ons niet liggen en/of niet passen bij wie we eigenlijk zijn – wetende dat het woordje « eigenlijk » hier letterlijk « gelijk mijn eigen » betekent.


Handboek van de Analytische Life Coach : Thema 2 : Woord en daad

Het menselijke technish handelen, zijn bedrijvigheid, hetgeen wat van hem een Homo Faber maakt, viert dezer dagen zijn honderdduizendste verjaardag.


Volgens de franse paleo-anthropoloog André Leroi-Gourhan verschijnen het menselijke technische handelen en de mogelijkheid om zich met woorden uit de drukken tegelijkertijd.


Wat betekent dat woord en daad moeilijk van elkaar te scheiden zijn … een woord is eigenlijk een daad … wat zin geeft aan eerder spirituele gezegden als « het woord is vlees geworden » …


zelfs als we zeer goed weten dat het « vlees » reeds lange tijd vóór het woord bestond … maar toen bestond waarschijnlijk nog niet de homo sapiens, waarbij natuur en kultuur met elkaar verstrengeld zijn.


*


Onder andere Sigmund Freud schreef daar boekdelen over : natuur en kultuur staan elkaar ontegensprekelijk in de weg, wat grond geeft aan het menselijke neurotische gedoe.


Mijns inziens is homo sapiens een kultuurdier : zijn natuur is zijn kultuur … al heeft hij wel voorouders die leefden verenigd met de natuur … net gelijk wij volwassenen zijn die kinderen zijn geweest.


Aldus begrepen, valt aan te nemen dat de menselijke ziel trekt op een weefwerk waarbij twee soorten vezels werden gebruikt – één natuurlijke en één synthetische – die samen motieven vormen die variëren navenant de toestanden waarin het zich bevindt.


Wat ons een uitleg verschaft voor die handelingen die we stellen waarbij kan worden gezegd dat we daar helemaal niet over hebben nagedacht ; en andere handelingen die we hebben aangeleerd of die wel doordacht aanvoelen.


*


Laten we terugkeren bij de simultane uitvinding, door onze prehistorische voorouders, van het betekenisvolle woord en de technische daad, om de nadruk te leggen op de rijkdom ervan.


Weze het alleen maar omdat zij, vanaf de uitvinding ervan, met woorden zijn gaan werken zonder telkens tot de daad te moeten overgaan.


Wat concreet betekent dat wat kan worden gezegd niet meer moet worden gedaan – of dan toch niet telkens ;


en dat al wat kan worden verwoord ergens kan worden ontvangen, zij het niet met tevredenheid, dan toch wel met begrip – we zijn immers allemaal mensen « voor uitdrukking vatbaar » ! …


wat het diplomatische menselijke gedoe rechtvaardigd : met woorden kan zeer dikwijls worden gemeden wat met daden allerhande katastrofen zou veroorzaken.


En daarmede hebben we tevens een verklaring voor het fenomeen van de biecht, maar ook voor dat van de talking cure dat Sigmund Freud aan neurotici voorscheef, alvorens ze aan eenieder aan te bevelen.


*


Maar wat dan als het woord zich losmaakt van de equivalente daad … als het woord geen daad meer is … als men begint te « liegen » ?


Dan zitten we met neurose opgeschept, alhoewel men bewust kan onwaarheden verkopen ... wat helemaal geen neurotisch gedrag uitmaakt …


maar wat wel ergens grenst aan het sociopathische gedrag, waarbij iemand geen rekening houdt met de andere(n).


*


Met de leugen zitten we juist daar waar homo sapiens weleens homo demens wordt ; daar waar zijn woord geen daadwerkelijke betekenis meer heeft, en « leeg » wordt.


« Doe wat je zegt » en « zeg wat je doet » zullen dus bepalen of we met « een mens van zijn woord » te maken hebben of met iemand waarmee we geen echte en hechte relatie zullen kunnen aangaan – iemand die we niet kunnen vertrouwen.


En als de « leugenaar » herhaaldelijk liegt en zijn handelen ervaart als onweerstaanbaar, dan hebben we te maken met de psychische « ziekte » dat neurose noemt.


*


En neem nu aan dat de leugen maar een eenvoudig voorbeeld is van wat neurose zoal inhoudt, en dat de andere ondeugden – door de katholieke en andere kerken bepaald – de grond vormen voor neurotisch gedrag-en afzien … want neurose doet pijn ! …


dan heb je een beeld van waarmede de Analytische Life Coach dagelijks gekonfronteerd wordt.


Hij zal het zijn die zal nagaan of de door zijn patienten uitgesproken woorden overeenkomen met daden of « zomaar » woorden zijn, « lege » woorden … !


Handboek van de Analytische Life Coach : Thema 3 : Zelfbeheer en afhankelijkheid, spelen met polariteitenNapraat

Soms is men zijn « kluts » kwijt – waarmee men bedoeld « zijn hoofd verliezen » – dan gaat men er naar op zoek om die weer te verliezen, tot men erin slaagt om ze aan de rest van ons lichaam vast te ankeren.


wat ons niet belet van ze regelmatig kwijt te spelen, al is men attent. Het ware interessant te weten waarom men verstoppertje gaat spelen met dat hoofd van ons dat ons toelaat bewust te zijn van « ons eigen zelf ».

Wanneer mensen zoals Sigmund Freud kleine kinderen « kiekeboe » zien spelen, dan opperen zij dat die zich voorbereiden om van « moeder » gescheiden te leven …


ze verliest mij en ik verlies haar, maar dan vinden we elkaar terug om elkaar opnieuw te verliezen, want het betreft hier een spel zonder einde. Of beter : een spel waarvan het voorzienbare einde de dood is …


« op een dag ben ik er niet meer en zal jij helemaal alleen moeten voortboeren » wordt hier eigenlijk gezegd … en gezwegen … want daar wordt zo weinig mogelijk zonder omwegen over gepraat !


Men heeft aan dat existentieel feit een beleefde naam gegeven. Het noemt « autonomie ». Het is dát wat iedere peuter aanleert als hij spontaan « verstoppertje » gaat spelen.


*


En het blijft, volgens mij, een nooit voltooide levensles, want leven komt voort uit fusie, uit intiem samenzijn, en blijft mogelijk door het broeder-en-zusterlijk delen – een soort van intiem communisme … let’s live together …


er moet immers terdege en konstant voor elkaar worden gezorgd wil men in goede gezondheid en in goede verstandhouding samen blijven leven.


Tegelijkertijd wordt eenieder van ons gekonfronteerd met het feit dat die « ergens » heel eenzaam is, en dat hij op zijn eentje zal moeten leven als die andere waarop hij rekent er niet meer is, of als die het niet meer aankan … en er zal tevens heel alleen moeten worden heengegaan als « het uur » gekomen is.


Er is dus een absolute existentiele behoefte aan een autonoom bestaan – aan een serieuse portie individuele vrijheid – zowel op het materiele als op het spirituele vlak – willen we het leven aankunnen, en niet door het leven worden gegrepen en mishandelt. Dat is dan de liberalistische kant van ons bestaan … live and let die.


*


We zitten hier dus met polariteiten : aan de éne kant autonomie, vrijheid, zelfbeheer, maar dan ook de komplete verantwoordelijkheid over zijn woorden en daden – hier verwijs ik naar het humanistisch existentialisme dat de franse filosoof Jean-Paul Sartre zó goed uitlegde ;


en aan de ándere kant elke vorm van bescherming dat uitgaat van onze omgeving : lichamelijke (denk aan geneeskunde), affectieve (denk aan psychologie), intellectuele (denk aan wetenschap), sociale (denk aan de sociale zekerheid) en spirituele (denk aan godsdienst) … veiligheden en zekerheden …


waarvan we allen zeer goed weten dat die noch veilig noch zeker zijn, maar waar iederen naar snakt wil hij overleven … alhoewel eenieder ze bezijden legt wil hij genieten van het leven !


Men wilt een eigen huis en tegelijkertijd zou men willen aan nomadisme doen, andere plaatsen gaan bezoeken en bewonen ; men wilt geld maar ook vrije tijd … but time is money ! ; men wilt een vaste baan en tegelijkertijd doen wat men graag doet, wat dikwijls tegenstrijdig is ; men wenst een goede gezondheid en tegelijkertijd neemt men graag risikos – « goed » eten en drinken en uitgaan tot diep in de nacht, zich wijden aan alpinisme, speleologie, motorijden, enzomeer ; men wilt een vaste relatie en tegelijkertijd een heleboel andere relaties die onze hele vrije tijd opeten ; men wenst een leven zonder geruzie, konfliktsituaties, oorlog of dwang, maar dikwijls zonder toegeven dat onze vrijheid soms andermans vrijheid inkort, wat die andere heel moeilijk aanvaardt …


er komt eigenlijk geen einde aan de lijst der gewenste autonomiën-en zekerheden.


En het enige wat er mee valt te doen is « leren spelen met polariteiten », wat ieder klein kind doet als het zich zéér goed verstopt terwijl het vurig wenst te worden teruggevonden.


*


Dat gespeel met polariteiten vinden we terug in de gestalttherapie van Frits Perls.


De oosterse psycho-philosofische systemen doen er konstant beroep op … denk maar even aan het chinese Yin/Yang systeem dat samen het Tao vormt.


En van die zeer prille polarisaties (de goede en de kwade moeder, de fee versus de heks) spreekt tevens de duits/engelse psychologe Melanie Klein.


De Analytische Live Coach zal attent zijn als zijn klant de kuts kwijt is en/of aan het polariseren gaat.


Hij zal rekening houden met het feit dat het over zeer voorname existentiële mechanismen gaat die met leven en dood te maken hebben, en die zéér diep geworteld zijn in de menselijke psyché.


Handboek van de Analytische Life Coach : Napraat

Jezelf zijn, of beter jezelf worden – want het gaat hier wel degelijk om een « wordingsproces » dat ons hele leven lang duurt – daar gaat het hier in eerste instantie over.


Dan « jezelf uitdrukken » door woord en daad, zodanig dat die overeenkomen, en dat je jezelf herkend en door de anderen rondom jouw wordt herkend voor wie je eigenlijk aan het worden bent.


Tenslotte, « als jezelf » naar de andere(n) toestappen, zodanig dat zij ook henzelf kunnen worden in jouw bijzijn – wat een (h)échte ontmoeting mogelijk maakt, want men ontmoet elkaar pas als men aanneemt dat men verschillend is van elkaar !


Als men die drie eigenschappen kan aankweken, dan is men serieus op weg om een volwaardige Analytische Life Coach te worden.


*


Wat niet belet dat er een heleboel andere « wetenschappen » nodig zijn om de voorname taak van Analytische Life Coach te kunnen waarnemen.


Die leringen zullen we gaan putten uit bestaande « goede » theoriën … want niets is praktischer dan een goede theorie !