Handboek van de Analytische Life Coach : Thema 6 : Het interpersoonlijke

Ludwig Binswanger is een jonge collega van Sigmund Freud en tevens een vriend van hem. Hij is de vader van de existentiële analyse. Hij neemt de freudiaanse manier van de menselijke ziel te analyseren ter harte, en voegt en een existentiële dimentie aan toe.


Hij beweert dat ieder mens een levensproject heeft dat hem eigen is en hem in zijn leven vooruithelpt – een mens hunkert ergens naar ; en dat de mens ook konstant op zoek is naar het waarom van zijn bestaan – waarom ben ik wie ik ben, wens ik wat ik wens en doe ik wat ik doe ?


Derhalve vindt hij dat Sigmund Freud wat té mechanisch omgaat met de mens – dat hij de mens vastzet in patronen. Ludwig Binswanger dringt aan op de « aanwezigheid » van de persoon in de wereld – op het « daar zijn », hic et nunc, van het individu en op zijn kreatief handelen.


Hij legt aldus een band tussen wat men ervaart met zichzelf – het intrapsychische –, en wat men ervaart in de omgang met de anderen – het interpersoonlijke –, en raakt soms ook wel aan de relatie die we hebben met dát waarvan we deel uitmaken – het transpersoonlijke in ons.


*


Alfred Adler is een andere collega van Sigmund Freud bij wie het sociale bestaan van het individu de belangrijkste rol speelt. Hij verwijdert zich van Sigmund Freud als die het begint te hebben over « dat daar » en over de seksualiteit als fundament van het menselijke « zijn ».


Voor Alfred Adler zijn we allen sociale wezens die er een levensstijl op nahouden – een levensstijl dat we zelf hebben geschapen met de actieve medewerking van onze omgeving. Die levensstijl is meestal onvolledig en wankel, wat ons vergissingen of fouten doet begaan.


Voor Alfred Adler is het oedipuscomplex bevoorbeeld een foutief begrip bij de kleine jongen van zijn vaders’rol in het gezin … die vader wilt hem eigenlijk niet van de nabijheid van zijn moeder onttrekken en zeker niet castreren … zodoende vergist die kleine jongen zich !


En – zegt Alfred Adler – van dat verkeerd begrijpen der dingen van het leven leert men bij. Zodoende wordt ons leven één leerperiode : leren leven met zichzelf en met de anderen, een diep begrip ontwikkelen van waar men met zijn leven naartoe wilt, en zijn levensstijl aanpassen aan zijn levensdoel … daar gaat leven over !


Alfred Adler is tevens de uitvinder van het zogenaamde minderwaardigheidscomplex … dat velen compenseren met een meerderwaardigheidscomplex … wat geen oplossing biedt voor het onderliggende probleem dat ons minderwaardig doet voelen.


Derhalve zegt hij dat de sociale levensobjectieven voor eenieder bondig kunnen geformuleerd worden in drie doelstellingen : (1) aktief deel uitmaken van de sociale en culturele gemeenschap waarbij men wil horen ; (2) gepast werk vinden en er in opgaan ; (3) liefhebben wie men liefheeft, en een langdurige binding met die persoon aangaan in het kader van een social herkende situatie … vroeger was er slechts één optie : het huwelijk.


Als men die drie dingen aankan, is men, volgens Alfred Adler, gezond. Is men het niet, dan zal men dit kunnen vaststellen door wanorde en pijnlijke toestanden in één, twee of in alle drie voorgenoemde gemeenschappelijke sociale en culturele levensdoeleinden.


*


Jacob Levy Moreno is de uitvinder van de groepstherapie en van het psychodrama. Hij komt één generatie na Freud en weet van psychoanalyse af, al boeit het hem niet. Hij legt de nadruk op het intuitief begrip dat mensen van elkaar hebben … mensen voelen elkaar aan, zodanig dat ze weet hebben van de werkelijke situatie waarin zij zitten en waarin de andere zich bevindt.


Voor Jacob Levy Moreno is een mens de som van alle rollen die hij in zijn leven speelt en heeft gespeeld … en dat begint bij eenieder met de rol van de fœtus, gevolgd door dat van geboren worden, en vervolgens een peuter zijn, enovoort. Aldus observeert hij de manier waarop de mensen hun rollen spelen en of ze getuigen van spontaneïteit en creativiteit aldan niet.


Hij legt de nadruk op authenticiteit – op het « juist » spelen van zijn rol in gegeven omstandigheden. En als men vast zit in een beperkt aantal slechte rollen, dan is therapie nodig waarbij men wordt aangemoedigd om die rollen beter uit te spelen en er eventueel de uitkomst van te veranderen, of waarbij aan de patient nieuwe rollen worden aangeleerd.


*


Ludwig Binswanger, Alfred Adler en Jacob Levy Moreno tonen ons dat de mens meer is dan loutere inwendigheid – de intrapsychische relatie met jezelf ; zij tonen ons dat de mens een haast permanente relatie onderhoudt met wat buiten hem staat – de interpersoonlijke relatie met de mede-mens in de buitenwereld.


De Life Coach zal attent zijn op de manier waarop degene die hij begeleidt zijn projecten aldan niet realiseert … is hij een interessant project in permanente wording ? Hij zal de persoonlijke levensstijl van zijn patient onder de loupe nemen en zich informeren naar de manier waarop die verbonden is met de anderen. En hij zal de manier waarnemen waarop hij zijn existentiele rollen waarneemt, en of hij daarbij spontaan handelt of niet.