Handboek van de Analytische Life Coach : Thema 5 : Het intrapsychische

Sigmund Freud weet zeer goed dat de mens tot het beste zowel als tot het slechtste in staat is. Hij schrijft dit toe aan het archaïsche gedeelte van ons dat hij « dat daar » noemt. Onze drangen en verlangens zitten opgeborgen in die van nature onbewuste structuur, zij het liefdesdrang of moordzucht.


Georg Groddeck, een vriend en collega van Sigmund Freud, houdt er andere gedachten op na. Hij denkt dat « dat daar » van wijsheid geniet en het beste voorstelt wat in de mens aanwezig is ; dat het op de juiste manier handelt maar dan wel dikwijls volgens motieven die de gewone mens meestal vreemd blijven.



*


Voor Sigmund Freud is een kind iemand vol lusten en drangen dat moet worden opgevoed. Pas na drie jaar verschijnt in zijn bestaan een komplexe situatie – een driehoeksverhouding tussen het kind en zijn ouders dat het oedipuskomplex noemt – dat het kind zijn plaats eerst in zijn familie, vervolgens in de maatschappij zal wijzen.


In die enge situatie gewikkeld wilt de kleine jongen zijn moeder voor hem alleen bewaren, en vreest hij dat zijn vader hem die zal ontnemen. Hij fungeert als het ware als zijn moeders’penis die de woede van zijn vader trotseert maar ook vreest … hij is benauwd voor castratie.


Sigmund Freud beweert dat het meisje dat geen penis heeft lijdt aan penisnijd. Aldus verlaat ze haar moeder die ook geen penis heeft, en gaat zij naar haar vader toe die er wél eentje heeft. Vervolgens wenst ze logischerwijze een kind van hem, dat voor haar een soort van penis zal voorstellen.


Françoise Dolto, een franse psychoanalyste, gelooft niet erg in de freudiaanse theorie waar het meisjes betreft. Ze zegt ons dat baby-meisjes zich van bij den beginne aangetrokken voelen tot hun vader en tot alle mannelijke figuren voorzover hun moeder de nabijheid van die mannen niet vreest. En dat het kleine meisje en later de vrouw dus van nature uit door de man is aangetrokken, en niet omdat ze geen penis heeft !


En met het feit dat een kind tot de leeftijd van drie jaar moet worden opgevoed zonder meer is Melanie Klein – die we reeds eerder hebben ontmoet – het helemaal niet eens. Zij zegt dat er niet alleen in ieder volwassen mens een kind schuilt, maar dat er in ieder kind een baby schuilt dat psychologisch aktief is van bij zijn geboorte.


Dat kleine onmondige ding zal het grootste geluk ervaren als zijn moeder zich op adequate wijze met hem bezighoudt ; en zal zich in levensgevaar wanen als die de afwezigheid van de moederfiguur ervaart. Die baby zal aldus een zwart-wit leven gaan leiden waarbij hij een onderscheid zal maken tussen een goede en een kwade moeder.


En wanneer hij zal beseffen dat de goede en de kwade moeder slechts één enkele persoon vormen, dan zal hij pas uit die schizé stappen … om de droevige paden der depressie te gaan bewandelen … van Charibdis naar Scilla dus !


Wie durft er ná Melanie Klein het nog hebben over babies die het gemakkelijk hebben … over de zogenaamde onschuldige of onnozele kinderen !?


*


Het zijn zodus de vrienden, collegas en latere aanhangers van Freud’s leer die zijn soms al te strakke theoriën zullen versoepelen en zonodig bijwerken.


En zelfs al sluit Sigmund Freud de al te sterk afwijkende leren uit het veld van « zijn » psychoanalyse, toch blijven ze deel uitmaken van het hele psychoanalytische weefwerk dat in het begin van de twintigste eeuw in Europa verschijnt om de psychologen te helpen het intrapsychische facet van de menselijke ziel te doorgronden.


*


Ik heb het hier gehad over enkele aspecten van Sigmund Freud’s leer, en over enkele van die voorname controversen die zijn leer meer volume geven. Maar zo zijn er honderden theoriën die globaal stroken met Sigmund Freud’s leer, en zich er op één of ander punt op een meestal interessante wijze van onderscheiden.


En opnieuw kan van al die theoriën worden gezegd dat ze van het waar-schijnlijkheidslabel genieten, en in geen geval dat ze de absolute universele werkelijkheid weerspiegelen.


Kortom, niets « is zo », maar wel vertoont het « gelijkenissen met » wat door die zeer vindingrijke mensen wordt verteld. Zij brachten in kaart wat ze ervaarden en hielden hun kaarten niet voor henzelf.


*


De Life Coach zal enkele van die theoriën gebruiken als een lijddraad om beter te begrijpen wat hem door zijn klanten wordt verteld … om te weten waar zij het « deep inside » over hebben …


temeer dat de Life Coach tijdens zijn vorming de gegrondheid van die theoriën op zichzelf zal hebben uitgetest, wat de experimentele kant van zijn vorming uitmaakt.