Handboek van de Analytische Life Coach : Thema 8 : Het transpersoonlijke

Carl Gustav Jung is een leerling en vrij snel een collega en vriend van Sigmund Freud – daar wou deze laatste zelfs zijn opvolger, zijn spirituele erfgenaam van maken –, die de weg naar hemzelf met zijn meester aanvatte, om daarna grondig van die leer af te wijken.


Volgens hem is het bewustzijn een late aanwinst van het menselijke zijn, dat voornaamlijk deel uitmaakt van het collectieve onderdewustzijn. Anders gezegd maakt éénieder « deel uit van » een soort van spirituele gemeenschap dat gegrond is op een oeroude menselijke ervaring waar iedere generatie een laagje aan toevoegt.


Hij zal het net zoals de franse anthropoloog Lucien Levy-Bruhl hebben over de mystieke participatie van eenieder aan een collectief gebeuren. En tegelijkertijd hecht Carl Gustav Jung enorm veel belang aan het fenomeen van het bewustzijn – hoe problematisch dit recente en typisch menselijke fenomeen ook moge zijn.


Ergens moet dat bewustzijn helpen om ons te individualiseren, om niet door de groep waarvan men intiem deel uitmaakt te worden opgeslorpt. Aldus wordt het spirituele leven een soort van strijd tussen bewustzijn en onbewustzijn, tussen het licht en de duisternis – wat uitgebeeld wordt door de permanente strijd tussen de engel en de duivel in katholieke voorstellingen.


De mens kan en moet niet loskomen van de collectieve structuren waarvan hij deel uitmaakt ; tegelijkertijd mag hij zijn individualiteit niet prijsgeven. Het is om die te ontwikkelen dat hij, als het ware, tot leven werd geroepen … naar zichzelf groeien is de zin van het leven ! ; het is derhalve een lange pelgrimstocht vol gevaren – het « gek worden » beloert er ons overal !


Voor Carl Justav Jung wordt de ganse bedoening van de psychotherapie « één worden met » … Unus Mundus … één met de wereld worden wat, paradoxaal, zichzelf worden inhoudt : « ik » ben het, daar ergens aan de opperlakte, op zoek naar « mezelf » verborgen in de diepten van het collectieve onderbewuste.


Om me te helpen bij mijn zoeken beschik ik over dat vlammetje van het bewustzijn dat fungeert als een kompas. Ik moet daarbij opletten om niet door « complexen » te worden gegrepen – complexen zijn autonome zeer sterk emotioneel geladen toestanden die ons serieus in hun ban kunnen houden.


Eigenlijk is de « ik »-struktuur zulk een complex, met dien verschille dat die in relatie staat met de algemeen aanvaarde sociale en culturele realiteit ; en dat de andere « ik-jes » ze konstant zullen bevestigen als « waar-achtig ».


*


Carl Spitteler, een zwitserse schrijver en dichter, is een inspiratiebron voor Carl Gustav Jung. Hij heeft het over twee gebroeders waarvan er ééntje – het extroverte type – de buitenwereld ingaat en er sociaal succes boekt, terwijl de andere zich naar zijn binnenwereld toe keert – het introverte type – ; en waar de extroverte het niet aankan als hij wordt gekonfronteerd met grote vreugde en met groot leed … dan moet hij naar zijn broer, de introverte, toe die hem daarbij kan helpen.


De polariteit dat binnen-en buitenwereld bindt zal Carl Gustav Jung lang bezighouden. Beide werelden hebben eigen denkwijzen, eigen gevoelens, eigen intuities, en moeten worden bij elkaar gebracht wil er plaats worden gemaakt voor een eigen autonoom bestaan dat het collectieve bestaan niet wegcijfert.


Eigenlijk is er een strijd gaande tussen het collectieve en het individuele in Carl Gustav Jung’s benadering. Onderaan, aan de kant van het onderbewuste, wordt ons collectieve mystieke participatie gevraagd. En aan de bovenkant, aan de kant van het bewuste, wordt ons gevraagd om aan het kollektief cultureel gebeuren deel te nemen. Wat maakt dat het individu dat zichzelf wil worden zich dus « in zekere mate » van die twee collectiviteiten zal moeten weten af te zonderen, wat een opus, een levenswerk uitmaakt.


Carl Gustav Jung zegt ons dat het fenomeen van het ouder worden ons spontaan helpt om dichter naar onszelf te groeien, wat een voorname zin geeft aan het verouderingsproces … wijzer worden, beter met zichzelf en met de uitwendige zowel als met de inwendige wereld weten om te gaan.


Derhalve is hij geboeid door de droomwereld van de mens ... ieder van ons beschikt over zulk een wereld en leidt een aldan niet bewust onirisch bestaan. Voor Carl Gustav Jung is een droom wat het is : een droom verbergt niets. En het is aan ons om er mee op wandel te gaan en om het intiem te begrijpen.


Op het einde van zijn leven zal Carl Gustav Jung zich met alchemie bezighouden – met de betrachting van de alchemici om diezelfde realiteit te doorgronden waar hij zich zijn leven lang mee confronteerde.


Hij zal het ook hebben over het fenomeen van de synchroniciteit dat in de plaats komt te staan van wat men doorgaans toeval noemt … synchroniciteit betreft het samengaan van gebeurtenissen die zinvolle toestanden tot leven roepen.


*


De Life Coach zal degene die hij begeleidt onder andere attent maken op de diepgang die hij heeft, maar ook op de voornaamheid van de extroverte kant van zijn persoonlijkheid, en hem helpen bij het integreren van die beide kanten van hem.