Ik en mezelf zijn deelgenoten van éénzelfde ziel met haar eigen zieleleven. Mijn ziel staat bijlange niet alleen ; zij maakt deel uit van het geheel der zielen dat ik de wereldziel noem.
Dat weet mezelf zeer goed ; maar ik ben daar meestal niet bewust van, omdat het zó lang geleden is dat ik mezelf verliet om de andere « ikken » te vervoegen en samen kulturen te vormen – ‘t zij gemeenschappen met een eigen taal, met eigen manieren en gewoonten, en aldan niet met een eigen territorium.
Ik ben dus zo iets als een gekultiveerde afgezante van mezelf, maar tevens identificeer ik mij haast totaal met de kultuur waar ik deel van uitmaak, zodat ik daar dikwijls het voorwerp van wordt : ik denk en doe hoe het hoort, onafhankelijk van wie ik eigenlijk wel ben, en voel me oneindig rot als mijn kultuur me voor de een of andere reden niet meer vertrouwt of me uitsluit.
*
Aldus hebben we hier te maken met vier instanties : de wereldziel, mezelf, ik en mijn kultuur. Ze zijn alle vier afhankelijk van elkaar en eigenlijk horen ze bij elkaar als we het jungiaanse principe unus mundus in acht nemen.
Maar toch leven ze gescheiden van elkaar, zijn soms zeer verschillend van elkaar, en lijken ze elkaar zelfs te schuwen :
- Aldus zal mijn kultuur niets willen weten over een wereldziel : de wereld – waarvan het universum en onze aarde de materialisatie vormt – is een object en niets meer, en kan als een vulgair ding worden behandelt ;
- Aldus zullen verschillende kulturen – die nochtans dezelfde wereldziel delen – tegen elkaar opkomen, en hun konflikten trachten op te lossen op een soms zéér brutale manier … denk aan oorlogen en dergelijke ;
… houdingen die nochtans telkens zeer ersnstige « ecologische » stoornissen veroorzaken !
- Aldus zal ik het aan de stok hebben met mezelf, en zo lang ik geen psychologische problemen ondervind zal ik doorgaans doen alsof mezelf niet eens bestaat ;
- Aldus zal ik wel eens de andere « ikken » als objecten beschouwen, en ze mishandelen voorzover dit in mijn macht ligt. Zo hadden enkele mannelijke machthouders tot voor kort besloten dat de vrouwen géén ziel, hadden !
… houdingen die telkens weer zeer ernstige « egologische » stoornissen veroorzaken !
*
- Ik beweer dat ik van mezelf moet worden gescheiden, om mezelf toe te laten zichzelf te ontdekken – ik fungeer dan als het ware als een spiegel of als een psyche voor mezelf …
… maar dat die scheiding geen leven lang mag blijven duren, want ik moet mezelf niet enkel kunnen terugvinden, maar ook kunnen « worden » … ik hoor bij mezelf !
- Ik beweer dat mezelf op natuurlijke wijze met de wereldziel verbonden is en er deelgenoot van is, net zoals ik verbonden ben met een kultuur en er deel van uitmaak.
En dat ik dus tegelijkertijd deelgenoot ben van de wereldziel en van mijn kultuur, wat soms moeilijkheden meebrengt.
- Ik beweer dat de wereldziel dusdanig wijd en complex is dat het een zéér groot aantal kulturele blikken nodig heeft om bevat te worden.
Anders gezegd, dat de talrijke kulturen fungeren als psyches of spiegels waar de wereldziel zich in kan herkennen – wat inhoudt dat die kulturen moeten begrijpen dat zij aldus komplementair zijn en niet antagonistisch …
… het is alsof de wereldziel van zichzelf bewust wil worden, en dat het aan homo sapiens hiervoor de nodige psychische middelen gaf … waarmede die doorgaans wispelturig omgaat !
*
U zal begrepen hebben dat mijn eco-egologisch paradigma op een aantal speculaties gefundeerd is waar telkens het tegengestelde van kan worden beweerd, wat me helemaal niet stoort, integendeel : ik hou niet van dogmatisch of sectair gedoe.
Ik heb het uitgedacht om mezelf een aantal mijmeringen toe te laten die een bredere zin geven aan de rol van de Life Coach in verband met hemzelf, met de wereld, met zijn kultuur en met de anderen.
Voor mij is hij als het ware een eco-egologisch ambtenaar, een vertegenwoordiger van zijn eigen ziel maar ook van die van de wereld, en deel uitmakend van een kultureel systeem ...
... een ambtenaar die de vier genoemde instanties – ik, mezelf, wereldziel en kultuur – bij de personen die hem komen opzoeken zal trachten in kontakt en in evenwicht met elkaar te brengen
… wat een zeer nobele, een zeer voorname en tevens een zeer complexe bedoening uitmaakt !